Trump vs Clinton: tussen isolationisme en voorzichtige checks op vrije handel

Economisch beleid is, weliswaar erg fragmentarisch, reeds bijzonder vaak ter sprake gekomen tijdens de debatten, statements en interviews. Dit kan deels verklaard worden door te verwijzen naar de ondertussen stopgezette Sanders’ campagne die hoofdzakelijk rond socio-economische thema’s kiezers wist te mobiliseren – kiezers die zich nu moeten heroriënteren en als dusdanig een belangrijke electoraal wingewest vormen.

Hoewel fiscaal beleid een domein is dat gemiddeld genomen minder sterke gevoelens opwekt dan bijvoorbeeld migratiebeleid, is dit het domein dat één van de meest bepalende factoren zou kunnen worden in de komende legislatuur, omdat het niet enkel bepaalt hoeveel middelen de overheid ter beschikking zal hebben om haar plannen uit te voeren, maar ook bij wie ze die middelen gaat halen.

Op vandaag vindt 60 procent van de Amerikaanse bevolking dat rijken meer belastingen zouden moeten betalen, en ook een deel van de Republikeinse partij is – in reactie op deze vaststelling – creatief gaan nadenken over hoe belastingen en subsidies anders kunnen aangewend worden om tewerkstelling te bevorderen, onderwijs te verbeteren en te investeren in infrastructuur.

Handelsbeleid is voor veel Amerikaanse kiezers een concretere, tastbaarder beleidsonderwerp dan fiscaal beleid, omdat het ook gaat over minimumlonen, investeren in bedreigde industrietakken of overschakelen naar hernieuwbare energie. Opvallend is dat ook regionale partnerschappen (zoals TTIP, NAFTA, TPP etc) bijzonder veel aandacht kregen in de voorbije maanden, grotendeels omdat omtrent een aantal van deze verdragen binnenkort belangrijke beslissingen moeten genomen worden: TPP ratificeren of niet? NAFTA behouden in zijn huidige vorm? De onderhandelingen over TTIP over een andere boeg gooien?

Hoewel de posities van beide kandidaten op sommige punten minder uitgesproken zijn (en soms dichter bij elkaar liggen) dan de debatten suggereren, zijn er ook uitgesproken verschillen.

Trump

© Ruth Govaerts

Trump’s beleid is moeilijk te ontleden omwille van het constante (soms meermaals per dag) bijstellen van eerder gedane uitspraken, en slechts een beperkt aantal thema’s in zijn campagne is constant gebleken. Omtrent twee zaken heeft Trump de voorbije maanden echter wel rechtlijnig gecommuniceerd: het invoeren van hoge importbelastingen voor goederen uit China en Mexico, en grote belastingsvoordelen voor iedereen – maar vooral voor bedrijven.

Handelsbeleid

Trump’s handelsbeleid werd de voorbije maanden steevast verpakt in een retoriek die appelleert naar een basale angst voor alles wat vreemd is: “China verkracht Amerika”, “We laten ons vermoorden met slechte handelsovereenkomsten”, etc.

Achter deze boude uitspraken ligt een sterk isolationistische economische visie, waarin wordt voorgesteld (1) dat de VS handelsakkoorden (zoals het Noord Amerikaanse vrijhandelsverdrag met Canada en Mexico, NAFTA) heronderhandelt en zich er eventueel zelfs uit terugtrekt indien het Amerikaanse belang niet verheven kan worden boven dat van partners; (2) dat er hoge import-belastingen woorden opgelegd aan goederen uit China; en (3) dat een eenzijdige terugtrekking uit de Wereld Handelsorganisatie (WHO) wordt overwogen indien ook deze niet eenduidige Amerikaanse belangen voorop gaat stellen.

Dit laatste is iets waar ook Sanders gewag van maakte, weliswaar om heel andere redenen.

Al deze zaken kan de VS in principe unilateraal beslissen (onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde grenzen), en dergelijke uni-laterale terugtrekkingen uit multi-laterale organisaties hebben in het verleden ook reeds plaatsgevonden, bijvoorbeeld toen George W. Bush in 2002 de VS terugtrok uit het Antiballistic Missile Treaty.

Verschillende experts voorspellen dat Trump’s voorstellen met betrekking tot handelsbeleid een langdurige en diepe recessie zouden veroorzaken binnen de twee jaar na zijn aantreding.

Echter, verschillende experts, waaronder Harvard professor en voormalig Minister van Financiën, Larry Summers, voorspellen dat Trump’s voorstellen met betrekking tot handelsbeleid een langdurige en diepe recessie zouden veroorzaken binnen de twee jaar na zijn aantreding.

Zelfs indien de extreem protectionistische invoerbelastingen niet onmiddellijk zouden doorgevoerd worden, stelt Summers dat de perceptie van een hyper-nationalistisch beleid globaal vertrouwen in de Amerikaanse markt zo zou beschadigen dat een financiële crisis onvermijdelijk zou zijn.

Economisch adviesbureau Moody’s voegde hieraan toe dat Trump’s handelsbeleid, indien dit werkelijk zou geïmplementeerd worden, 4 miljoen banen zou kosten en dat 3 miljoen jobs die zouden ontstaan bij het verderzetten van het huidige economisch beleid niet zouden materialiseren onder Trump’s presidentschap.

Verschillende analisten, zoals Anthony Karydakis van MillerTabak, beamen het negatieve effect van deze beleidsvoorstellen die (zelfs als ze niet geïmplementeerd worden) angst veroorzaken en een destabiliserende invloed op financiële markten zullen hebben mocht Trump verkozen worden.

Vooral Trump’s toespelingen op hoe hij zich als zakenman verschillende keren failliet liet verklaren om onder schulden uit te komen, zouden in geval van een verkiezing onrust veroorzaken bij buitenlandse investeerders. Het onlangs geopperde idee dat het een optie is om de nationale economie te laten crashen ten einde een deal te kunnen maken met schuldeisers en zo onder schulden uit te komen, zou daarbij kunnen leiden tot een massale exodus van buitenlandse investeerders.

Een gelijkaardig iets gebeurde in 2011, toen onenigheid in het Amerikaanse Congres niet toeliet dat de limiet op overheidsschuld zou opgetrokken worden. In dit geval was er een beursdaling van 11 procent, omdat, zoals Karydakis stelt, “The markets have no patience for stupidity or ignorance. They get scared.”

Fiscaal beleid

De bekendmaking dat Trump’s zakelijke verliezen in de jaren 1990 hem ertoe in staat gesteld hebben om gedurende twee decennia geen belastingen te betalen, was waarschijnlijk de “October Surprise” van deze presidentscampagne. Hoewel, een echte verrassing was dit eigenlijk niet.

Het fiscale plan van Trump is gestoeld op de conventionele Republikeinse logica van ‘supply-side economics’: grote belastingvoordelen voor de rijken en voor bedrijven, en een blind geloof in het positieve effect hiervan op investeringen en jobcreatie.

Toen Clinton Trump in het eerste debat voor de voeten wierp dat er misschien iets niet in orde was met zijn belastingaangifte, antwoordde de laatste laconiek dat dat dan waarschijnlijk wilde zeggen dat hij erg snugger was. Ook in zijn eigen campagne verwees Trump al meermaals naar hoe zijn fortuin deels gegenereerd is door handig gebruik te maken van bestaande gaten in het systeem, complexe fiscale teruggave-voorzieningen en subsidies.

De omvang van deze belastingontduiking wordt echter overschaduwd door een veel groter fiscaal onrecht, inherent in Trump’s fiscale voorstellen. Het fiscale plan van Trump is gestoeld op de conventionele Republikeinse logica van ‘supply-side economics’: grote belastingvoordelen voor de rijken en voor bedrijven, en een blind geloof in het positieve effect hiervan op investeringen en jobcreatie.

Zoals Moore, één van Trump’s dichtste adviseurs stelde: Dit is het stokpaardje van conservatieven sinds Reagan aan de macht kwam, en als Trump aan de macht komt, verslaan we de liberalen binnen de partij die er een andere visie op fiscaliteit op nahouden.

Nobel-laureaat Paul Krugman merkte hierover op dat het idee van supply-side economics onhoudbaar is, wanneer in beschouwing wordt genomen dat economische groei groter was tijdens het presidentschap van Bill Clinton en Barack Obama dan tijdens dat van George W. Bush.

De kern van Trump’s fiscale beleidsvoorstellen is dat individuele inkomstenbelastingen worden verlaagd door belastingen op lonen, investeringen en zakelijke inkomens te verlagen. De kern van het plan is echter het verlagen van belastingen voor bedrijven. Moore raadde Trump daarbij aan om reeds in de eerste 100 dagen van zijn presidentschap een significante belastingverlaging toe te kennen aan bedrijven om de economie te stimuleren. Het zou hierbij gaan om een halvering van de belastingen die bedrijven betalen, tot lager dan 15%.

Daarnaast zou een bredere belastingbasis ingevoerd worden, dat wil zeggen meer goederen en diensten zouden belast worden maar (in principe) aan een lager tarief. Ook het afschaffen van belasting op grote giften en eigendommen van meer dan 5,4 miljoen dollar worden beschreven in Trump’s fiscale plan.

Volgens de Tax Foundation, zou het effect van dit plan, indien uitgevoerd, nefast zijn voor de nationale economie, en zou het leiden tot een federaal inkomensverlies van 4,4 tot 5,9 biljoen – een verbetering ten aanzien van het fiscaal plan dat Trump vorig jaar beschreef. Het Tax Policy Center bevestigt dat dit plan de staat de komende tien jaar biljoenen dollars zou kosten.

Het Tax Policy Center bevestigt dat dit plan de staat de komende tien jaar biljoenen dollars zou kosten.

Voor individuen zou het plan enig voordeel hebben. Echter de grote winnaars van het plan zijn bedrijven en de superrijken: Individuen houden 0,8 tot 1,9% meer nettoloon over onder Trump’s plan dan momenteel het geval is (i.e. zo’n 10-25 dollar per maand op een netto-inkomen van 1300 dollar), maar de rijkste 1 procent houden 10 tot 16% meer over na deze hervorming.

Verscheidene analisten vermoeden dat kiezers niet geïnteresseerd zijn in de fine print van fiscaal beleid, en dat ze bereid zijn om deze verder bevoordeling van de superrijken te tolereren in ruil voor een kandidaat wiens ideologische agenda en retoriek ze verder wel steunen. En het Republikeinse establishment blijkt bereid deze ethno-nationalist te steunen net omwille van zijn fiscaal beleid dat verder bouwt op hun conservatieve logica.

Clinton

© Ruth Govaerts

Vergeleken met Trump is de economische agenda van Clinton terughoudend en weinig gedurfd. Haar beleidsvoorstellen spelen zich af binnen de bestaande regels en systemen en houden rekening met bestaande tradities, zoals het respecteren van budgettaire beperkingen. De Clinton campagnewebsite vermeldt een lange en gedetailleerde lijst van economische beleidsvoorstellen, aangaande regionale samenwerkingsverbanden, investeringen in infrastructuur, energie, minimumlonen en nog veel meer. Niettemin, is haar economische beleid het domein waarin Clinton op sommige vlakken het moeilijkst vast te pinnen is – wat deels te maken heeft met haar lange beleidservaring waardoor wisselende houdingen uitvoerig gedocumenteerd zijn. Dit is met name zo inzake haar voorstellen rond handelsbeleid.

Handelsbeleid

Sinds begin jaren 1990, heeft Clinton vele ideeën over handel gepropageerd, waarvan sommige geïnspireerd leken door haar nauwe banden met Wall Street, terwijl andere eerder thuis leken te horen op anti-globaliseringsmanifestaties.

Wat opvalt tijdens deze campagne is haar groeiende afwijzing van het regionale handelsakkoord tussen de VS, Japan en 10 andere Oost-Aziatische landen (Trans-Pacific Partnership, TPP), dat ze eerder mee onderhandeld had voor de Obama-administratie en verdedigde als baanbrekend en de “goudstandaard”.

Clinton’s huidige scepsis over het verdrag is geworteld in het feit dat er geen robuuste voorzieningen zijn die de dollar vrijwaren voor externe invloeden, evenmin als gedegen voorzieningen omtrent arbeidsvoorwaarden of milieu.

Hoe deze beleidslijn zou evolueren na een eventuele verkiezing van Clinton is onduidelijk. Zelf zegt ze hierover dat ze tegen TPP is, ertegen zal zijn na haar verkiezing en ertegen zal zijn eens president, maar hooggeplaatste adviseurs merken op dat het akkoord reeds getekend is en dat het nog nooit is voorgekomen in de geschiedenis van de VS dat een verdrag dat door de VS ondertekend is vervolgens niet geratificeerd werd in het Congres.

Duidelijker dan haar positie omtrent TPP is het voorstel om een speciale openbaar aanklager voor handel aan te stellen om de strijd aan te gaan met landen en regimes die zich schuldig maken aan oneerlijke handel – met name China wordt hierbij geviseerd.

Ook omtrent TTIP, het omstreden vrijhandelsverdrag tussen de VS en de EU is de positie van Clinton onduidelijk.

Over het algemeen valt op dat de voorstellen van Clinton voorzichtig afwijken van haar eerdere onvoorwaardelijke steun voor vrije handel. Ook dit kan waarschijnlijk gelezen worden als een uitgestrekte hand naar het dolende Sanders electoraat.

Een vertegenwoordiger van de Clinton-campagne stelde hierover dat elk akkoord zou geëvalueerd worden op basis van drie criteria: (1) creëert het Amerikaanse jobs, (2) gaan lonen erdoor omhoog, en (3) verhoogt het de nationale veiligheid van de VS.

Enerzijds zou deze eenzijdige focus op Amerikaanse belangen Europese opponenten van TTIP koren op de molen kunnen geven. Anderzijds benadrukte Clinton in haar biografie van 2014 haar afkeuring voor zogenaamde Investor-State Dispute Settlement (ISDS) mechanismes.

Dit zijn voorzieningen die bedrijven speciale rechten geven om overheden in derde landen te vervolgen wanneer zij vinden dat wetgeving of andere regelgeving in het betreffend land de commerciële belangen van deze bedrijven schendt. De ISDS-provisie in het huidige verdrag is één van de grote struikelblokken voor (hoofdzakelijk Europese) TTIP-sceptici, en Clinton’s afwijzen van deze ISDS zou daarom een game-changer kunnen zijn die de onderhandelingen nieuw leven zou kunnen inblazen.

Over het algemeen valt op dat de voorstellen van Clinton voorzichtig afwijken van haar eerdere onvoorwaardelijke steun voor vrije handel. Ook dit kan waarschijnlijk gelezen worden als een uitgestrekte hand naar het dolende Sanders electoraat. Tijdens een evenement op 12 juli waar Sanders en Clinton samen verschenen, stelden ze unisono dat ze “nee” zouden zeggen tegen elke aanval op werkende gezinnen en tegen vrijhandelsakkoorden die geen voordelen behelsden voor die gezinnen, inclusief het TPP en het TTIP.

Hoewel deze retoriek vaag aan de Trump-campagne doet denken, overheersen de verschillen tussen beide campagnes. Dit is het duidelijkst inzake energie, waar Clinton relatief ambitieuze doelstellingen heeft inzake hernieuwbare energie terwijl Trump vooral de olie- en gassector in de VS wil hernieuwen. Maar ook inzake fiscaal beleid zijn de verschillen tussen beide campagnes groot, zelfs als de voorstellen van Clinton op zich niet baanbrekend of ingrijpend zijn.

Fiscaal beleid

In essentie is het plan van Clinton een verderzetting van Obama’s beleid, dat erop gericht is relatief kleine belastingsverhogingen door te voeren voor iedereen maar vooral voor de superrijken (inkomens boven 5 miljoen), ten einde haar beleidsvoorstellen in andere domeinen te financieren.

De persoonsbelasting voor de allerrijksten zou hierbij tot minimum 30% worden opgetrokken. Deze Buffett-belasting (genoemd naar Warren Buffett, één van de superrijken die zelf argumenteerde dat zij meer belastingen zouden moeten betalen), zou een belastingverhoging van 4% voor de allerrijksten betekenen. Daarnaast zouden vermogensinkomstenbelastingen verhoogd worden, mogelijkheden voor belastingaftrek door de allerrijksten hervormd worden, en eigendomsbelastingen hervormd worden naar het systeem dat in 2009 van toepassing was.

Lagere inkomens zouden ongeveer 0,9 procent minder nettoloon overhouden, terwijl de hoogste tien procent inkomens slechts 0,7 procent moeten inboeten.

Clinton’s fiscaal beleid belooft geen belastingverlaging, en het plan zou de facto dan ook een lager inkomen voor de meeste bevolkingsgroepen betekenen: lagere inkomens zouden ongeveer 0,9 procent minder nettoloon overhouden, terwijl de hoogste tien procent inkomens slechts 0,7 procent moeten inboeten. De retoriek van hogere inkomens zwaarder te belasten draait volgens de berekeningen van het Tax Policy Center dus anders uit in de praktijk, en ook onder Clinton zijn lagere inkomens slechter af.

Bovendien projecteert datzelfde Tax Policy Center weliswaar een verhoogde belastinginkomen voor de overheid in (498 miljard over 10 jaar), maar het voorziet ook dat het BNP hierdoor op lange termijn met 1 procent achteruit zou gaan, wat uiteindelijk ook zou leiden tot een gemiddelde loonsverlaging van 0,8 procent en een verlies van ongeveer 310 000 voltijdse banen. De feitelijke winst van Clinton’s fiscale plan zou hierdoor niet 498, maar wel 191 miljard zijn over 10 jaar.

En de winnaar is…

Als hoeksteen van andere beleidsvoorstellen, zullen de economische, handels- en fiscale beslissingen de basis leggen voor het gevoerde beleid van de nieuwe Amerikaanse president. Echter, economisch beleid is geen sexy onderwerp, en zeker in een verkiezingscampagne waarin beide kandidaten weinig begaan lijken met het communiceren van coherente beleidsvoorstellen, heeft economisch beleid niet de systematische en genuanceerde aandacht gekregen dat het in een dergelijk debat zou moeten krijgen.

Het huidige debat roept pijnlijke vragen op over de toestand van de Amerikaanse democratie.

En zelfs de Clinton-campagne die een duidelijk agenda heeft, heeft haar beleid hoofdzakelijk voorgesteld als een kwestie van buikgevoel (Clinton “I’m just a grandmother with two eyes and a brain” vs. Trump: “I’ve learned to trust my instincts and not to overthink things”. Elke mogelijkheid voor een redelijke en onderbouwde discussie over de voorstellen, wordt hiermee ondermijnd, en veel kiezers tasten in het duister omtrent de inhoud, haalbaarheid en wenselijkheid van de voorstellen van hun voorkeurskandidaat.

Verschillende filosofen en staatslui, van Aristoteles tot Jefferson en Franklin, benadrukten dat een democratie niet kan functioneren zonder een goed geïnformeerde bevolking met voldoende feitelijke kennis over de beleidsmakers en beleidsvoorstellen waar ze voor stemmen. Het huidige debat roept dan ook pijnlijke vragen op over de toestand van de Amerikaanse democratie.

Leave a Reply